Sterfte van zalmsmolts bij stuw Linne

Inleiding
Tijdens de migratie van jonge zalm (smolts) richting Noordzee, vindt natuurlijke sterfte plaats door ziekte en predatie. Daarnaast kan tijdens de migratie additionele sterfte optreden als gevolg van het passeren van kunstwerken, zoals stuwen en water-krachtcentrales (WKC’s). Op verzoek van RWS Limburg heeft VisAdvies een onderzoek uitgevoerd om de natuurlijke sterfte en additionele sterfte na het passeren van het stuwcomplex Linne in kaart te brengen.

De vraagstelling van het onderzoek was:
Hoe verhoudt zich de sterfte van zalm-smolts na het passeren van de stuw bij Linne tot de sterfte na het passeren via de waterkrachtcentrale?

Methode
Het onderzoek is uitgevoerd met het telemetrie systeem van Rijkswaterstaat, waarbij zalmsmolts zijn voorzien van een electronisch merk. De vissen konden  vanaf Linne tot ca 120 km benedenstrooms van het stuwcomplex worden gevolgd aan de hand van een groot aantal detectiestations. Bovendien kon onderscheid worden gemaakt tussen vissen die bij Linne over de stuw gingen en die door de WKC werden gevoerd. In totaal zijn, in het voorjaar van 2009, 111 gemerkte vissen gevolgd vanaf een uitzetlocatie bovenstrooms van de stuw.

Resultaten
Van de 111 vissen die bovenstrooms van de stuw bij Linne werden uitgezet passeer-den er 43 door de WKC en zijn er 65 over de stuw gegaan. In de grafiek is de uitval (sterfte) van het aantal gemerkte vissen uitgezet tegen de weg die de vissen hebben afgelegd vanaf de stuw. Voor de vissen die over de stuw passeren is een vrijwel constante afname waar te nemen (rode lijn). Dit is het gevolg van natuurlijke sterfte en mogelijk het negatieve effect dat het ritje over de stuw bij vissen teweeg brengt.

De afname van de vissen die door de WKC zijn gegaan (blauwe lijnen), is vooral vlak achter het stuwcomplex veel hoger. In het tweede traject (60-120 km) is de afname weer vergelijkbaar met dat van de vissen die over de stuw zijn gegaan. Voor dat tweede traject wordt daarom aangenomen dat hier geen sprake meer is van extra (uitgestelde) sterfte ten gevolge van de passage door de WKC. Door extra sterfte als gevolg van de passage door de WKC ligt de sterfte hier circa een factor vier hoger bij 32%. Nadere toelichting op de grafiek is te vinden in het officiële rapport.

Conclusie
Er is in het voorjaar van 2009, een significant verschil in sterfte tussen vissen die het stuwcomplex Linne via de stuw passeren en vissen die door de WKC worden mee-gevoerd. Vissen die over de stuw zijn gegaan hebben, op een afstand van ca 30 km van het stuwcomplex Linne, een procentuele (uitgestelde) sterfte van ca 8%. Voor de vissen die bij de WKC passeren ligt het sterftepercentage, rond de 32%. Het percentage sterfte dat exclusief kan worden toegeschreven aan de passage door de WKC wordt hiermee geschat op 24%.

Download het volledige rapport.

Kemper Jan H., I.L.Y Spierts & H. Vis, 2010. Sterfte van migrerende zalm-smolts bij de stuw en waterkrachtcentrale Linne. VisAdvies BV, Nieuwegein. Projectnummer VA2010_18, 10 pag.

 

 

.