Visstand bij electriciteitcentrales

De visstand in de aan- en afvoerkanalen van elektriciteitscentrales aan de Maas

Eind 2005 is door VisAdvies onderzoek verricht naar de visstand in de aan- en afvoerkanalen van twee elektriciteitscentrales aan de Maas – de Clauscentrale en de Willem-Alexandercentrale-, in opdracht van RWS-RIZA. Deze instantie is momenteel bezig inzicht te krijgen in de effecten van koelwaterlozing op vis. Daarvoor is het noodzakelijk om eerst te weten welke vissoorten en lengteklassen van soorten ter plaatse voorkomen. Op beide locaties is in de aan- en afvoerkanalen elektrisch gevist en is ’s nachts een bevissing met de kuil uitgevoerd. Het habitat ter plaatse is voor vis niet erg interessant. De oevers zijn relatief steil en liggen vast met steenstort en er is nauwelijks tot geen vegetatie aanwezig.

In het totaal zijn bij de Clauscentrale 17 vissoorten gevangen: winde, kopvoorn, baars, zonnebaars, blankvoorn, riviergrondel, serpeling, bermpje, brasem, snoekbaars, kolblei, pos, paling, roofblei, karper, driedoornige stekelbaars en rivierdonderpad. De vangst viel qua hoeveelheid enigszins tegen, qua aantal soorten echter niet gezien de relatief beperkte inspanning die is geleverd. De exoten roofblei en zonnebaars zijn aangetroffen. Beide exoten zijn bekend uit eerder vangsten in de Maas en Maasplassen. Verder is de beschermde soort (Flora- & Faunawet) rivierdonderpad gevangen evenals de beleidsmatig geprioriteerde soorten kolblei, kopvoorn, serpeling en winde (beleidsmatig geprioriteerd wil zeggen op een of andere manier beschermd, voorkomend op de rode lijst of in de natuurdoeltypen). Zoals verwacht is het merendeel van de rheofiele soorten gevangen in de oeverzone. Indifferente soorten als blankvoorn en baars zijn zowel in de oever als op het open water gevangen. Soorten als snoekbaars en brasem zijn alleen in het open water gevangen.

In totaal zijn bij de Willem-Alexandercentrale 12 vissoorten gevangen: kopvoorn, zonnebaars, baars, blankvoorn, pos, winde, giebel, brasem, bittervoorn, riviergrondel, alver en snoekbaars. De gevangen aantallen soorten zijn minder dan bij de Clauscentrale. Bij de Willem-Alexandercentrale was sowieso minder vis aanwezig. Soorten die niet zijn gevangen bij de Willem-Alexandercentrale maar wel bij de Clauscentrale zijn: serpeling, bermpje, kolblei, paling, roofblei, karper, driedoornige stekelbaars en rivierdonderpad. Soorten die wel zijn gevangen bij de Willem-Alexandercentrale maar niet bij de Clauscentrale zijn: giebel, bittervoorn en alver. In zijn totaliteit zijn bij beide centrales 20 vissoorten gevangen. Als exoot is zonnebaars aangetroffen; ook weer in aanzienlijke aantallen en met aanzienlijke afmetingen. De grootste zonnebaars was 16 cm. Verder is de beschermde soort (Flora- & Faunawet) bittervoorn gevangen evenals de beleidsmatig geprioriteerde soorten kopvoorn en winde.

De gevangen aantallen van zonnebaars zijn hoog te noemen. In de Atlas van de Nederlandse Zoetwatervissen geeft Henrik de Nie aan dat deze soort in 78% van de gevallen als éénling in de vangst wordt aangetroffen. Gezien de lengterange van de soort zijn er in ieder geval meerdere jaarklassen aanwezig. De zonnebaars doet het bij beide centrales waarschijnlijk zo goed dat zich een locale populatie heeft gevormd, die goed gedijd in het relatief warme water afkomstig van de elektriciteitscentrales.

Rapport:
Vriese, F.T., J.C.A. Merkx & M.C. de Lange, 2005. Onderzoek naar de visstand in de aan- en afvoerkanalen van twee E-centrales. VisAdvies BV, Nieuwegein. KO2005054, 49 pag.

 

.